THEMATISCHE FILATELIE WEBSITE

HENK VAN DE LAAK

 

        PORTVRIJDOM EN DIENSTPOST RIJKSWATERSTAAT

De taken en organisatie van Rijkswaterstaat (RWS) zijn vastgelegd in het Organiek Besluit Rijkswaterstaat (laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 14 januari 1971 tot uitvoering van artikel 5, tweede lid van de Waterstaatswet 1900). Door de inwerkingtreding van de Waterwet (Staatsblad 2009, nr. 549) verviel de rechtsgrond voor dat Organiek Besluit. Opvolger van dit besluit werd het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat, dat  per 22 december 2009 van kracht werd en laatstelijk gewijzigd op 1 april 2013.

Ik heb de bedoeling deze organisatie postaal te beschrijven op deze website; vanaf 1984 met behulp van frankeerstempels FRANKEERSTEMPELS RIJKSWATERSTAAT  en de daaraan voorafgaande periode in deze rubriek met portvrijdom stukken etc.

 

bedrukte ongebruikte dienstbriefkaart Rijkswaterstaatsdienst; per 1 oktober 1875 mochten ook open kaarten gebruikt worden.

1798: Oprichting Bureau voor en Waterstaat

24 mei 1798 is te beschouwen als de oprichtingsdatum van Rijkswaterstaat. Op die datum werd het "plan ter Beheeringhe van den Waterstaat der Bataafse Republiek" vastgesteld. Daarin werd de oprichting van de nationale waterstaatsorganisatie geregeld, het Bureau voor den Waterstaat. De beroemde waterbouwkundige Christiaan Brunings kreeg de leiding.



De oprichting van Rijkswaterstaat was op 24 mei 1798, zo'n drie jaar nadat de Bataafse Revolutie met Franse steun een einde had gemaakt aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Bovenstaande brief (gedrukt briefhoofd Armťe Infanterie de Ligne, geschreven Republique Batave) van Den Haag 18 Thermidore An 6 (5 augustus 1798); stempel Hollande Troupez francoires (rood), geeft een goed tijdsbeeld aan.

De nieuwe waterstaatsdienst kreeg veel taken. aanleg, beheer en onderhoud van rivieren, kanalen, waterkeringen, wegen en droogmakerijen; het oppertoezicht op de waterschappen en het verrichten van onderzoek ("onderzoek tot verbetering van wateropvoerwerktuigen").
Aanleg, beheer en onderhoud, juridisch-bestuurlijk werk behoorden dus van meet af aan tot het werkpakket van de prille Waterstaatsdienst. Slechts 15 mensen moesten al dat werk uitvoeren. Om de problemen snel te kunnen aanpakken werden zij over het hele land verdeeld. Een decentrale structuur is sindsdien karakteristiek voor de dienst gebleven.

De Waterstaatsdienst was in de eerste plaats opgericht om de rampzalige rivieroverstromingen te lijf te gaan, die zodanige schade aanrichtten dat zij niet meer op regionale schaal konden worden aangepakt. Daarnaast werden de ingenieurs en andere technici ingezet om de nationale infrastructuur te ontwikkelen.

1816-1819: Instelling Korps Ingenieurs en overdracht van veel beheersobjecten aan provincies.

Na talloze reorganisaties kreeg de dienst in 1816 een nieuwe naam: "Corps van de Waterstaat en Publieke Werken". Naar Frans voorbeeld werd de dienst strak hiŽrarchisch opgebouwd, met militaire discipline en strafreglement. De Waterstaatsdienst telde nu op papier 147 vaste personeelsleden.

In 1819 werd in een bezuinigingsoperatie een groot aantal beheersobjecten overgedragen aan de provincies. Maar zij moesten wel gebruik maken van de Rijkswaterstaatsingenieurs. Er kwam nu een tweedeling binnen Rijkswaterstaat: een provinciale dienst met de ingenieurs in de provincie en een dienst in Den Haag met ingenieurs in algemene dienst (verbonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, die ook Waterstaat onder zijn hoede had).


voor-filatelistische brief aan de heer Caland, hoofdingenieur bij den Waterstaat te Middelburg, 22 maart 1840. Deze ingenieur was de vader van de bekende Pieter Caland, (Zierikzee, 23 juli 1826 - Wageningen, 12 juli 1902), de ontwerper van de Nieuwe Waterweg en ook belast met de uitvoering daarvan van 1866 tot 1872

De tweeslachtige positie van de provinciale ingenieurs leidde tot langdurige spanningen en een "twee-pettenprobleem". Pas in 1876 werd dit met het terugnemen van de waterstaatsobjecten van provincie naar rijk opgelost.

1849: Promotie op basis van prestaties en instelling corps

In 1849 werden opnieuw enkele veranderingen in de organisatie doorgevoerd, Tot nu toe gold bij bevorderingen van de ingenieurs het anciŽnniteitsysteem. Dus degene met de meeste dienstjaren werd automatisch op een vacante hogere functie benoemd. Dit systeem had geleid tot conservatisme, te weinig doorstroming en te weinig kansen voor tallente ingenieurs. Nu werd een promotiestelsel ingevoerd dat was gebaseerd op prestaties en bekwaamheden.

 

dienstbriefkaart van de arrondissementsingenieur aan het hoofd van de dienstkring Breda L. Kuiler (1/1/1888-1/2/1896)

Daarnaast werd een corps vaste opzichters ingesteld. Zij hadden het toezicht op de waterstaatswerken in handen, vooral in het beheer en onderhoud, maar ook bij nieuwe werken werd van het expertise gebruik gemaakt. Toetreding tot het corps opzichters was niet gemakkelijk. De kandidaten moesten een vergelijkend examen afleggen, waarbij alleen de besten konden rekenen op een benoeming in vaste dienst.

Instellen dienstkringen

In 1884 gaf de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid opdracht werkzaamheden van de opzichters te reorganiseren. Zoals zo vaak lag daaraan een bezuinigingsmotief ten grondslag.


Rivierbericht waterstanden Baardwijkschen Overlaat, Drunen 26-2-1897 naar Crevecouer (Hedel 26-2-1897)

Een overzicht na de werkzaamheden zou hem mogelijkheden bieden het mes te zetten in het aantal opzichters dat in dienst was. Het werkterrein van de vaste opzichters werd nu afgebakend: de dienstkring was ontstaan. In korte tijd werd het land bedekt met dienstkringen: in 1896 werden er 104 geteld.
Voor meer informatie over dit organisatieonderdeel, zie de afzonderlijke pagina dienstkringen.



Het feitelijke beheer en onderhoud van de rijkswegen was de taak van de al in 1881 opgerichte dienstkringen, die het werk door aannemers lieten uitvoeren.
Dienst portvrijdom enveloppe met port belast van 11-10-1922;
correspondentie van waterstaatsambtenaren gericht aan particuliere aannemers werd niet als "dienst" aangemerkt en kon dus niet portvrij worden verzonden. Wel konden dergelijke "aannemersbrieven" als "Aan Port Onderworpen Dienstbrief/briefkaart" worden verzonden, waarbij de geadresseerde -i.c. de aannemer- enkelvoudig port diende te betalen. Echter in de periode 1 maart 1921 tot 15 januari 1923 was de mogelijkheid tot het verzenden van APOD-brieven opgeheven: de ontvanger diende het gewone "strafport", zijnde tweemaal het ontbrekende te betalen. (2e gewichtsklasse beporting tweemaal 15 cent)

1903: Instelling Regionale Directies o.l.v. HID

Als uitvloeisel van de Waterstaatswet 1900, waarin de bestuurlijke verhoudingen in waterstaatszaken werden vastgelegd, kwam in 1903 een nieuwe organisatie tot stand.

De regionale districten werden vervangen door directies (RD-en), onder leiding van hoofdingenieurs-directeuren (HID). De directies werden onderverdeeld in arrondissementen, onder leiding van de arrondissementsingenieur. Die bestonden deels al, maar werden nu officieel in de organisatie ingepast.
De arrondissementen werden de uitvoerende zwaartepunten in de dienst. Daar werden de plannen voor nieuwe werken voorbereid en uitgevoerd.


Dienstkaart van de rijksambtenaar aan de opzichter van de Waterstaat naar Bussum met trajectstempel Hilversum-Huizen 28-1-1910

De bakenmeester was omstreeks de eeuwwisseling (19e/20e eeuw) belast met de dagelijkse zorg voor een gedeelte van een rivier, het bakenkwartier geheten. Van oudsher was het zijn taak de ondiepten in de rivier te meten, in kaart te brengen en met bakens aan te geven, zodat er veilig over de rivier gevaren kon worden.


Dienstkaart van de bakenmeester in Krimpen aan de IJssel, 28-5-1920

1923-1940: Instelling eerste Specialistische Diensten (SD'en)

Door de snelle ontwikkelingen in de technische wetenschappen (civiele techniek, grondmechanica, vloeistof-mechanica, geodesie) en de verbetering van belangrijke materialen zoals beton en asfalt waren de regionale directies veel minder in staat dan vroeger nieuwe kennis bij te houden en toe te passen. Dit leidde tot een zeker conservatisme bij de uitvoering van nieuwe werken. Rijkswaterstaat kreeg een ouderwets en traag imago en de uitvoering van de Zuiderzeewerken werd toevertrouwd aan een aparte dienst: de Dienst der Zuiderzeewerken (waar overigens wel veel RWS-ingenieurs werkzaam waren).


De Noordoostpolder was strikt de eerste IJsselmeerpolder. Op 2 januari 1936 werd met de voorbereidende werkzaamheden begonnen door de directie Wieringenmeer, Noordoostpolderwerken. (enveloppe directie Wieringenmeer van Ministerie van Verkeer en Waterstaat,dienst nr. 1060, Kampen 21-8-1947, per 28 februari 1947 opvolger van het Ministerie van Openbare Werken en wederopbouw.


Brief van dhr Nijhuis van de Dienst van de Zuiderzeewerken (nr. 839) van het Departement van Waterstaat uit Urk 11 juni 1947.

De opkomst van de auto rond 1900 leidde tot een enorme kennisbehoefte op het gebied van wegen. Door grote maatschappelijke druk kreeg wegenaanleg bij Rijkswaterstaat een veel hogere prioriteit.
Er werd in 1923 een District Wegentechniek ingesteld, de eerste Specialistische Dienst nieuwe stijl. Dit moest kennis over de moderne wegenbouw ontwikkelen. In 1929 werd dit district opgevolgd door de Directie Wegenverbetering.



Dienstbrief van de directie Wegenverbetering naar DŁsseldorf van 17 juni 1936; dienstpost naar het buitenland was niet portvrij.

In 1927 werd een Rijkswegenbouwlaboratorium opgericht, die de technische aspecten van wegenaanleg voor zijn rekening ging nemen.

Met het eerste Rijkswegenplan in 1927 moest RWS een netwerk van rijkswegen aanleggen, terwijl vanaf 1936 ook autosnelwegen op het uitvoeringsprogramma stonden. Een Bruggenbureau (1928, als onderdeel van het district Wegentechniek, dat later werd omgevormd tot de directie Bruggen) ging de bruggen ontwerpen.


Dienstbriefkaart, 29 juli 1937 met gelegenheidsstempel

Het District Tunnelbouw Velzen (1940) ontwierp de eerste door RWS gemaakte tunnel (onder het Noordzeekanaal). Verder kwamen er verschillende projectorganisaties voor wegenaanleg, de bouw van de Noordersluis bij IJmuiden, aanleg van de Twentekanalen, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Maaskanalisatie. DE Meetkundige Dienst (1931) zorgde voor de moderne kartering, bijhouden van het NAP (artikel over NAP), en verrichte de hoogtemetingen bij de wegenaanleg. In de jaren twintig en dertig werd met de SD-en zo een kennisinfrastructuur geschapen, die na de oorlog verder werd uitgebouwd. De RD-en kregen nu veel minder nieuwe werken, en veel meer beheer- en onderhoudstaken.

1930: Eenhoofdige leiding

Om het bureaucratische en conservatieve imago te doorbreken werd in 1926 door een commissie (de Commissie-Rosenwald) een radicale reorganisatie voorgesteld. De drievoudige top (drie inspecteurs-generaal) moest weg, en een eenhoofdige leiding, de Directeur-Generaal worden ingesteld. Hij kreeg een staf, de Directie van de Waterstaat (nu het Hoofdkantoor), dat de sturing van de dienst op zich nam. Hier kregen ook beleidstaken (droog en nat) een plaats, die werden overgeheveld van het ministerie van Waterstaat. Dit alles werd gerealiseerd in 1930.


Dienstbrief van Directie van de Watersaat, 2-4-1948, per luchtpost naar Den Haag naar USA;
postverzending naar het buitenland viel niet onder portvrijdom

De commissie wilde ook de aanleg van nieuwe grote werken toebedelen aan tijdelijke projectorganisaties. De RD-en moesten dan zich beperken tot het beheer en onderhoud. De arrondissementen konden daarom worden afgeschaft.

Instelling van projectorganisaties voor nieuwe werken werd inderdaad doorgevoerd. Weliswaar kregen de Rd-en in de uitvoering van werken minder te doen, maar de arrondissementen bleven toch bestaan. Zij kregen dikwijls de minder grote uitvoeringsprojecten in handen.

1971-1978: Opheffing Arrondissementen, Indeling RD-en en nieuwe stijl

In de jaren vijftig en zestig groeide de Rijkswaterstaatsdienst in hoog tempo. Na het herstel van de oorlogsschade aan de infrastructuur kwam de ramp van 1953, die leidde tot het Deltaplan. Rijkswaterstaat leidde de uitvoering van dit zeer ambitieuze plan. Door de groeiende welvaart kwamen er steeds meer auto's op de weg en moest Rijkswaterstaat in hoog tempo bouwen aan een net van autosnelwegen.

Eind jaren zestig kwamen nieuwe problemen op de dienst af. De verkeersveiligheid werd een steeds urgenter maatschappelijk vraagstuk. De milieuvervuiling, onder meer op het oppervlaktewater, nam zienderogen toe. Recreatie en natuurbeleid stelden nieuwe eisen doordat de burgers meer vrije tijd kregen. ICT kwam op als ondersteunende technologie voor steeds meer werkprocessen.

De top van Rijkswaterstaat constateerde dat de organisatie niet meer toegesneden was op de eisen van de tijd. De arrondissementen bleken te klein oom de nieuwe taken aan te kunnen.

In opdracht van Directeur-Generaal Van de Kerk werd in 1969 een werkgroep ingesteld om een nieuwe organisatiestructuur te ontwerpen. Het in 1970 uitgekomen rapport vormde de basis voor een aantal besluiten die in het Wageningse hotel Bilderberg werden genomen. Daarbij werd een voor die tijd ongekende openheid betracht en werden uitgebreide discussierondes op touw gezet. De Bilderbergbesluiten waren erop gericht de samenhang van de RWS-organisatie en vooral van de regionale directie te versterken. Daarbij fungeerde de directie Zuid-Holland als proeftuin. In 1968 was daar al begonnen met een organisatieverandering, die als leidraad bleek te kunnen dienen voor de andere RD-en.

De belangrijkste wijzigingen werden in de loop van de zeventiger jaren doorgevoerd. De arrondissementen werden een voor een opgeheven. Er werden regionale directies-nieuwe stijl gevormd, geleid door directieteams (tegenwoordig managementteams geheten), waarvan de hoofdingenieur-diecteur (HID) coŲrdinator en hoofd-verantwoordelijke was. De directies werden verdeeld in hoofdafdelingen, veelal met een natte, een droge en een bestuurlijk-juridische en bedrijfseconomische poot. De poothoofden vormden samen met de HID de directieteams.

De RD-en nieuwe stijl werden nu verantwoordelijk voor aanleg van nieuwe werken, beheer en onderhoud, maar ook milieutaken (a.o. uitvoering van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren) en planologische ontwikkeling.

1985-1994: Fusies

De politieke context van de jaren tachtig en negentig dwong Rijkswaterstaat opnieuw tot een heroriŽntatie. Het door de regering gevoerde bezuinigingsbeleid leidde tot efficienty-operaties, het afstoten van de ICT-dienst DIV (Dienst Informatie Verwerking) naar de markt en grootschalige overheveling van droge en natte beheersobjecten naar de provincies (1991-1993). Dit laatste was een uitvloeisel van de sanering beheer waterstaatswerken door ondermeer de Wet Herverdeling Wegen (29 oktober 1992, Staatsblad 563) per 1 januari 1993 en de overdrachten van de natte waterstaatswerken ("Brokx-Nat").

Per 1 oktober 1986 werden de directies Bovenrivieren en Gelderland samengevoegd tot de nieuwe directie Gelderland en op 1 mei 1989 werden de directies Benedenrivieren en Zuid-Holland samengevoegd tot de nieuwe directie Zuid-Holland.
Per 1 januari 1994 werden de directies Groningen, Friesland en Drenthe samengevoegd tot de directie Noord-Nederland en per 1 januari 1994 werden de directies Overijssel en Gelderland samengevoegd tot de directie Oost-Nederland.

Omdat in het begin van deze periode ook de dienstpost werd afgeschaft en  Rijkswaterstaat ook gebruik ging maken van frankeerstempels, wordt de organisatie van Rijkswaterstaat  vanaf ca 1985 in een afzonderlijke rubriek (Frankeerstempels Rijkswaterstaat) beschreven.

Het portvrijdom werd opgeheven per 1 januari 1984. Vanaf die datum dienden alle functionarissen en instellingen het te betalen port middels de normale frankeermethoden en conform de gangbare tarieven en verzendingsvoorwaarden te voldoen. Daarmee was de episode "Dienststukken" afgesloten met uitzondering van de kerken. Hiervoor was een overgangsregeling van kracht, die pas op 1 januari 1994 beŽindigd werd.

Voor een overzicht daarvan klik op:

 FRANKEERSTEMPELS RIJKSWATERSTAAT

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

HOME        CONTACT        WATERSTAATSZORG         RIJKSWATERSTAAT